
Midden jaren '80 van de twintigste eeuw kocht de familie Donk grond in Zuid-Frankrijk. Die was toen eigendom van een wijnboer uit Escales, een dorpje verderop. Aan de latere Hautes de la Coste was de familie Donk de eerste Nederlandse familie. Het terrein moest nog worden ontgonnen, water en stroom was er nog niet, laat staan een weg met lantaarnpalen. De familie Donk kocht puur de grond met daarop druiven, die eigenlijk alleen geschikt waren voor het maken van wijn. De reden waarom de wijnboer uit Escales de grond verkocht, is niet geheel duidelijk. Mogelijk had hij geld nodig. Naar Nederlandse begrippen was de grond op dat moment betaalbaar en niet te vergelijken met bouwgrond in Nederland.
Ondertussen vond ook verkoop plaats van andere, aangrenzende bouwkavels. Ook daar werden op dat moment nog druiven verbouwd. Enkele jaren lag de grond inmiddels in eigendom van de familie Donk braak. Plannen werden gesmeed, de Franse wetten nagekeken, eisen voor de bouw en financiën op een rij gezet, een bouwer gezocht en een tekening gemaakt. In 1988 werd besloten tot de bouw van de woning in Zuid-Frankrijk, die al gauw de naam kreeg VillaFrance.
Een aannemer uit het dorp Conilhac nam de bouw voor zijn rekening. Donk, zelf van beroep aannemer, maakte de tekening naar Franse maatstaven en volgde weliswaar vanaf afstand de ontwikkelingen. In eerste instantie werd een onderlaag gebouwd, waaronder veel garageruimte. Daarbij werd uitdrukkelijk op de schuin liggende grond geen grond verwijderd. Er werd rechtstreeks op de grond gebouwd. In 1989 / 1990 volgde de bovenbouw, het huis. En in juli van 1990 werd het huis opgeleverd. Het was toen voor driekwart klaar. In die jaren werd elke zomervakantie in Zuid-Frankrijk op het eigen terrein doorgebracht in de caravan, waarmee de familie Donk voorheen altijd naar een camping reisde. In de caravan werd geslapen, daarbuiten gegeten (en soms geslapen) en als douche bijvoorbeeld diende een tuinslang, die over de betonlaag van het huis lag uitgerold. De brandende zon zorgde voor het warme water. Het waren jaren van puur kamperen. Dat de onderlaag toen nog niet geheel waterdicht was, bleek tijdens een zware regenbui. De familie Donk had beter gewoon in de regen kunnen blijven, want de kleding was ondanks het schuilen door-en-door nat. Alleen wijlen hond Lady was redelijk droog, maar die lag dan ook onder een tafel. De jaren van de bouw waren vooral de jaren van improviseren. Een weg was er nog niet. Na een regenbui veranderde de strook tussen de wijndruiven in één natte kleimassa, waarbij de klompen grond onder de schoenen bleven hangen. In de avond kwam het licht van de maan, kaarsen of een lamp op een gaspit. Het was er aarde donker. En het was de tijd dat de kwakels, zoals de familie Donk enkele jonge eenden noemden die als wild werden geschoten tijdens het jachtseizoen, regelmatig tussen de druiven tegenkwamen. Het waren de vakantieweken van veel en hard werken. De tijd was tenslotte beperkt en er was genoeg te doen.

In 1992 / 1993 was het huis zover klaar, dat het ook echt bewoond kon gaan worden. In de zomer van 1993 kwamen ook de eerste gasten, die gebruik maakten van het gloednieuwe vakantieverblijf. Het huis mocht dan klaar zijn. Alles eromheen was allerminst af. Zo moest het gehele terras, zo'n 300 vierkante meter, nog betegeld worden en lag de tuin er nog gehavend bij. Het terras werd in 1995 afgemaakt. De tegels van breuksteen gaven het huis een extra dimensie. En je kon met de blote voeten rond het huis lopen. Een verademing!
Naast het huis lag nog lange tijd een deel van de wijngaard. Die wilde de familie Donk houden en pas rooien voor de aanleg van eventueel een zwembad. Tot de bouw daarvan werd in februari 1999 besloten. De familie Donk had het aannemersbedrijf gestopt en besloten vaker naar Zuid-Frankrijk af te reizen. Oud-aannemer Donk had in de jaren daarvoor al goed de ogen de kost gegeven bij anderen met een bad, had daar zijn eigen ideeën aan toegevoegd en een tekening gemaakt. Hans en Margriet Donk besloten samen het bad te bouwen. In veertien dagen tijd werd het gehele bad betegeld. In juli 1999 stond er 85 kubieke meter water in het bad, dat een afmeting heeft van zes bij twaalf meter. Vriend van de familie, Ton Kroon, opende het bad die zomer met een heuse speech. Het bad is geheel volgens de Franse regels omheind met een muur, bij de ingang van het bad is een bordje aangebracht, waarop staat dat het duiken en zwemmen op eigen risico is en er is een afsluitbaar toegangshekje gemaakt. Langs het bad is een breed terras aangelegd. Alles is met betegeld met breuksteen. Een pad met deze stenen is aangelegd tussen het vakantieverblijf en het zwembad en dat betekent dat u op blote voeten zo naar het zwembad kunt wandelen.

Ondertussen is er aan het huis van alles toegevoegd. Zo is de serre van de eigen-woning met een glazen schuifpui dichtgezet en zijn onder in de caven voorzieningen aangebracht. VillaFrance is nu klaar en een prachtige vakantie stek.