Deze pagina is een aanvulling op 'Gebied en route'. Hieronder vertellen wij u zeer uitgebreid over de regio rond Montbrun-des-Corbières, waar VillaFrance staat. We gaan met name in op de historie van de streek, de dorpen en steden rond Montbrun-des-Corbières, verhalen, geruchten en feiten uit de oudheid. Het zal u zeker voorpret geven en kennis van het gebied.

Bron: Michelin-gids
Montbrun-des-Corbières
Om met het dorp zelf te beginnen. Montbrun-des-Corbières ligt in het departement
Aude in de regio Lanquedoc-Roussillon en is gebouwd op een grote 'rots'.
Montbrun-des-Corbières komen we in de geschiedenisboeken al tegen in het jaar
1272. Het dorp is ontstaan rond een kasteel, dat later veranderde in een ruïne.
Restanten van de oude muur zijn nog altijd terug te vinden in het dorp.
De oude muur is ingepast in de moderne woonomgeving in een tuin van een woning in het dorp.
Er bestaat een legende, die zegt dat de Heer van Montbrun om het leven is gebracht bij terugkomst van een wandeling door de honden van zijn zoon. Die zou de viervoeters op de onbekende man hebben afgestuurd, die de nacht daarop stierf aan zijn verwondingen. De volgende dag vond de zoon de man en herkende hem als zijn eigen vader. De zoon was daar zo van ondersteboven, dat hij besloot een kapel te bouwen op de plaats. Dat werd de Notre-Dame-de-Colombier, niet ver buiten het huidige dorp tussen de wijngaarden en cypressen.
De Notre-Dame-de-Colombier (foto midden hierboven) bestaat nog altijd en is een mooi voorbeeld van de vroegere Romaanse architectuur (11e tot 13e eeuw).
Even wat feitjes op een rij. Het telt bijna driehonderd inwoners (onder wie vele Nederlanders), ligt 128 meter boven de zeespiegel en is zo'n 1.061 hectare groot. In de winter van de 'bruine berg' (Montbrun) zou het aantal inwoners volgens ingewijden teruglopen naar 150 mensen. De omgeving is dan dor en bruin van kleur. Montbrun-des-Corbières ligt in het hart van de Corbières in de Midi (tussen Montpellier en Toulouse), tussen de Middellandse zee en de heuvels en bergen van de Montagne Noir in de streek Languedoc-Roussillon. Het gebied rond het dorp is historisch bekend van de wijnbouw en zon. De laatste jaren vindt rond het dorp steeds meer nieuwbouw plaats.
Lanquedoc
In de 'Midi' ligt de Lanquedoc. Door de eeuwen heen een landbouwgebied,
waar de zon soms letterlijk werd vereerd. In de streek zijn op verschillende
plaatsen zonnetempels gevonden. De opgravingen bewijzen dat er een zonnecultus
was. In het gebied leefden er voor de Romeinen twee Keltische stammen, de Volcae
Arecomici en de Volcae Tectosages. Vele steencirkels en dolmen getuigen van het
respect voor hun land. Verschillende gebieden heten 'Val de Dieu'of 'Terre de
Dieu' (vallei of land van God). Het gebied werd al ontdekt door de kolonie
zoekende Grieken en Phoeniciërs en uiteraard vonden ook de Romeinen hun weg naar
de Bas Languedoc. Wij nemen u mee in de geschiedenis.
De echte Oc-inwoner zal echter niet van Frankrijk spreken, maar van het Land van Oc.
In het jaar 413 had je de Visigothen. Bij Vouillé voerde Clovis in 507 een gevecht met hen. Bekend als de Slag bij Vouillé, waarbij Alaric II om het leven kwam. De Visigothen werden tot onder Toulouse teruggedreven en stichtten Septimania. Het getal zeven is in de oudheid en in de symboliek van groot belang. Er waren toentertijd zeven planeten, een week telde zeven dagen en omdat het getal vier de aarde voorstelt en drie de hemel, zou zeven het grote verbond betekenen. Septimania zou tweehonderd jaar bestaan. De bevolking was wel typisch. Het waren geen barbaren, maar met name filosofen en wetenschappers. Na een korte inname door de Saracenen veroverde Karel de Grote het gebied en werd het bij het Frankische rijk gevoegd. Later, toen dat rijk uiteen viel, regeerden feudale edelen in de Midi. Onder hen de Graven van Toulouse en Barcelona. Handel en wetenschap deden het goed en met leefde samen met gestudeerde joden en arabieren (die er hun eigen kolonie stichtten), die hun kennis en intellect deelden. Troubadours trokken door de streek en introduceerden aan de hoven volgens overlevering romantiek en liefde. Men zong in een gemeenschappelijk dialect, zodat iedereen het kon verstaan. Dat dialect heette koiné, later bekend als de langue d'oc. Oc betekent 'ja'. In de 13e eeuw werd het gebied de Languedoc genoemd. De Franse koning stoorde zich aan de rijkdom van het zuiden en hun onafhankelijkheid van de kroon. Ook de paus in Rome irriteerde zich. Met name aan de Katharen en hun populaire, afwijkende leer. Deze was gebaseerd op oosterse en dualistische elementen. Dat leidde tot een kruistocht, waar we verderop op deze pagina over spreken. Uiteindelijk viel de Languedoc aan de kroon. Het leidde tot een diepe kloof tussen Frankrijk en de Languedoc. Zodra u Toulouse overigens bent gepasseerd, komt u in het Land van Oc. In de 14e eeuw hadden de mensen het niet breed in het gebied. Er heerste pest en dat leidde tot veel doden. Eénderde van de bevolking stierf aan de ziekte. De handel in stoffen hielp het gebied er weer bovenop. En vergeet u niet de vruchtbare grond. Ondertussen waren de wortels van het Kathaarse geloof nog niet verdwenen. Daaruit ontstond de reformatie, gevolgd door het protestantisme met de Hugenoten en de Edgenoten. Het leidde tot oorlogen, geloofsoorlogen. Ondertussen was er ook de drang om zich los te maken van Frankrijk. Net als het katharisme bloeide in de Languedoc het protestantisme. Hugenoten sloegen massaal op de vlucht in 1685. Ze kwamen terecht in België en Nederland. De Languedoc bleef de Languedoc niet meer. Het werd in 1791 opgedeeld in de Ardèche, Aude, Gard, Haute-Garonnen, Haute-Loire, Hérault, Lozère en Tarn. Na de revolutie ontstond er opnieuw een kloof tussen de Languedoc en Parijs. Ondertussen gingen de eerste wijnboeren floreren. Ze profiteerden van het opkomende toerisme. Rond het jaar 1900 kreeg de streek opnieuw een klap te verwerken. De Languedoc werd getroffen door de beruchte Phylloxera luis, waardoor er een periode van armoede ontstond onder wijnboeren en handelaren. U allen weet dat de streek daar helemaal bovenop is gekomen, want tegenwoordig is de Languedoc één van de grootste wijnproducerende gebieden van Frankrijk. Van de in totaal 1.087.400 hectare landbouwgrond is 302.217 hectare in gebruik voor de wijnbouw.

Corbières
De wijnbouw is de belangrijkste industrie binnen de
Corbières. Veel mensen zijn hierin werkzaam of hebben er direct of indirect mee
te maken. Van Wijnboer tot kurkenmaker. De goede grond, het klimaat en de door de eeuwen heen gegroeide
deskundigheid op het gebied van verwerken van druiven zorgen ervoor dat er in de
21e eeuw prima wijnen uit de streek komen. Het simpele landwijntje is omgezet
naar betaalbare kwaliteitswijnen. Naast de wijnbouw is de Corbières een streek
met veel historie.
De verschillende heuvels rond Montbrun-des-Corbières bieden u mooie uitzichten.
De Corbières grenzen in het oosten aan de Middellandse zee met de uitgestrekte zandstranden, in het noorden en westen aan de Aude (die bij vestingsstad Carcassonne een bocht naar het zuiden maakt) en in het zuiden door de Agly. Tussen de uitgestrekte druivenvelden liggen de pitoreske oude dorpjes. Als je er doorheen rijdt, lijkt het soms dat het leven heeft stilgestaan. Dat is allesbehalve waar. Als je stilstaat, zie je dat ook hier ontwikkeling is en is geweest. De armoede heeft duidelijk plaatsgemaakt voor een zekere welstand, al heeft nog altijd niet iedereen het breed. De zee-alpen en de Pyreneeën grenzen aan de Corbières. In het gebied hebben een aantal belangrijke families in de oudheid het voor het zeggen gehad. Getuige de overblijfselen van de kastelen, waar de Corbières rijk aan is. De Kathaarse burchten stammen uit een periode, die beter kunnen worden omschreven als barre tijden. Naast heuvels kent de Corbières bergen, zoals de Montage d'Alaric. Volgens een legende zou hier de visiegotische koning Alaric II begraven liggen. Hij zou in een grot onder zijn kasteel in Miramont zijn laatste rustplaats hebben gekregen. Volgens overlevering is de koning ter aarde besteld met een waardevolle schat. De Corbières is op sommige plaatsen nog altijd een woest en dun bevolkt gebied. Het prachtige landschap telt enige tientallen ontoegankelijke burchten. Het is onbegrijpelijk dat deze in vroeger tijden bereikbaar waren. Goede wegen bestonden er tenslotte nog niet. Volgens de geschiedenisboeken is in de nu zo rustgevende streek vroeger heel wat afgeknokt.

De overblijfselen van Peyrepertuse. Ooit de grootste middeleeuwse citadel in de Languedoc.
Een stukje historie. Neem nu de twee indrukwekkende ruïnes van Peyrepertuse (betekent 'doorboorde steen'). Een strategische plaats, die door de Romeinen werd gebruikt. De naam duikt voor het eerst in de 8e eeuw na christus op. Drie eeuwen later wordt in de boeken gesproken over een 'castrum', een versterkt dorp. Het is in handen van de Catalaanse Graaf van Besalu. Bij het uitbreken van de kruistocht tegen de Katharen is de familie Peyrepertuse eigenaar. Zij zouden zogeheten vazallen zijn geweest van de burggraaf van Narbonne. Die is dan weer leenman van de koning van Aragon en aanvankelijk niet bij het conflict betrokken. Peyrepertuse komt in beeld als Pedro II van Aragon zich met de kwestie bemoeit. Gevochten wordt er niet. In het jaar 1217 onderwerpt Guillaume de Peyrepertuse zich aan Simon de Montfort. Later zal Guillaume de strijd weer opnemen en het naburige kasteel van Puilaurens bezetten. In het jaar 1239 komt Peyrepertuse definitief in handen van de Franse koning Louis IX. Regent van Aragon is Nuno Sanchez. Hij verkoopt het aan hem voor 20.000 goudfranken. Een enorm bedrag. Guillaume de Peyrepertuse legt zich daar uiteindelijk bij neer en draagt de plek over aan Jean de Belmont, de kamerheer van de Franse vorst. De resten die nu nog altijd zijn te bewonderen danken we aan de Fransen. Die bouwden Peyrepertuse om tot een vesting, maar het verliest zijn strategisch belang bij het Verdrag van de Pyreneeën van 1659. Dan worden de definitieve landsgrenzen castgelegd. Peyrepertuse blijft tot aan de Franse Revolutie een klein garnizoen. In de zomermaanden bezoeken tegenwoordig vele toeristen de plaats net als die van Queribus. De Corbières is ook de streek van de rust geworden.
In de regio staan verschillende abdijen, waar menige wereldburger tot bezinning kon komen. Denk aan de Abdij van Fontfroide (zie foto's hierboven) en de Abdij van Lagrasse. Deze zijn te bezoeken in combinatie wellicht met een autorit door onder meer de Haute Corbières en langs de verschillende bezienswaardigheden.
Minerve
De Lanquedoc wordt ook wel het Katharenland genoemd,
Le Pays Cathare. In het gebied zijn de kasteelresten, waarover wij hierboven
schreven, daar een blijvende herinnering aan. Veel Katharen zochten hun
toevlucht in het bergachtige en bosrijke gebied de Montagne Noir. Daar ligt
onder meer het katharendorp Minerve.

Minerve is in een dagdeel te bekijken. Het is niet groot, wel interessant
Juist in de Languedoc kwam het katharisme tot leven in tegenstelling tot veel andere gebieden in Europa. De Katharen waren goede christenen, die slechts een andere kijk hadden op de rooms-katholieke kerk en het door de kerk verkondigde christendom. Het waren zeker geen anti-christenen. Ze waren niet gevaarlijk en hadden een rustig, geweldloos bestaan. Met name in de geneeskunst waren de Katharen bedreven. De grote heren in de Languedoc waren daarom welgesteld op de Katharen en beschouwden hen als een volkje eenzame mensen. Ze noemde zich de beschermheren van de Katharen, ook wel Albigenzers geheten. Toen Rome een kruistocht tegen de Katharen uitriep, sloegen ze op de vlucht. Ze vluchtten onder meer naar de als onneembare burcht bekendstaande Montségur bij Mirepoix, maar ook die viel uiteindelijk. Katharen die zich niet bekeerden tot het katholieke geloof, belandden op de enorme brandstapel. Daar stortten ze zich volgens overlevering vrijwillig op, blij om het aardse achter zich te laten. Dat de Katharen geen lief volkje was, is dus ten dele waar. Wie het dorpje Minerve bezoekt, een klein half uurtje rijden van VillaFrance, zal het katharengevoel krijgen. Het dorpje is met een brug bereikbaar en ademt de oudheid uit. Genieten voor de historici onder u. Loop ook even door de grot en geniet van de gewelven.
Carcassonne
Vergeet u niet een bezoek te brengen aan de Cité, de oude
vesting in Carcassonne. Al in de 6e eeuw voor christus was hier bewoning. In de
periode van de 2e tot de 5e eeuw na christus waren de Romeinen hier de baas. Zij
waren het die 'Carcasso' (Castellum) bouwden en een muur om de stad legden.
Een andere legende is dat de stad zijn naam ontleend aan een oude zonnetempel of
zonnekerk (Karke Sonne). Aannemelijker is dat de naam afkomstig is van Carcasso. De cité
werd tussen 460-725 geregeerd door de Visigoten. In 759 maakte Pepijn de Korte,
koning van de Franken, de dienst uit. Onder het zogeheten feodale systeem was de
stad in handen van de Trencavels. Carcassonne maakte met name in de 12e eeuw een
periode van grote bloei mee.

In de zomermaanden, juli en augustus, is het traditioneel op zaterdagavond feest in de cité. In de avond is de cité verlicht en is het op z'n gezelligst.
We lopen even kort de geschiedenis door. Nadat Carcassonne na de Romeinen door de Moren was veroverd, kwam het in handen van enkele grote adellijke families. Daarvan was de familie Trencavel de laatste. In 1074 was Lord Bernard Aton Trenceval Heer van Carcassonne en van Razés, Agde, Béziers, Albi en Nîmes. Burggraaf Roger Trencavel mocht de Katharen wel en gaf ze een vrijplaats. Hij beschermde hen zelfs, toen zij in de periode 1194 - 1209 in Carcassonne waren. Maar dat gebeurde dan wel door zijn overlevering, want Trencavel stierf een jaar later in een eenzame kerker. 25 Jaar oud. In de periode van de zogenaamde Katharenkruistocht in 1209 werd de stad als tweede, na Béziers, belegerd door de Franse legers. Op 15 augustus 2009 moesten die zich na twee weken overgeven. Alle bezittingen van Trencavel, dus ook de stad Carcassonne, werden daarna beheerd door de leider van de kruistocht Simon de Montfort en zijn opvolgers. In het jaar 1224 was het de Franse koning Lodewijk VIII, die zich de trotse eigenaar mocht noemen. Carcassonne lag inmiddels aan de grens van het Franse koninkrijk en werd extra versterkt. Er kwam een tweede ommuring. De zoon van Trencavel, Roger, besloot de de stad later, in het jaar 1240, te heroveren. Dat ging niet zonder slag of stoot, Roger sloeg op de vlucht naar Barcelona en dit alles had grote gevolgen voor veel bewoners. De Franse koning was heel boos. Hij liet de stad ontruimen en veel huizen afbreken die in het schootsveld lagen. Dat betekende dat veel huizen buiten de ommuring tegen de vlakte gingen en bewoners werden verbannen. Zeven jaar later kregen die toestemming om een nieuw huis te bouwen op de andere oever van de aude. Lager dan de eigenlijke cité. Daar ontstond een nieuwe stad. De Bastide, die wel overdacht werd aangelegd. Zo kwam er een stratenpatroon, welke de stad nog altijd kent. Pas na de 17e eeuw volgde nieuwe bebouwing tussen de Oude Brug en de poorten van de bovenstad. Toch verloor de bovenstad allure en erger nog... er kwamen plannen om de oude vestingstad af te breken. Dat alles was het gevolg van nieuwe gevechtstechnieken en het Verdrag van de Pyreneeën (1659), toen dit gebergte de grens werd tussen Frankrijk en Spanje. Het oude Carcassonne raakte zelfs in verval. Tot overmaat van ramp verloor de Saint Nazaire haar titel van kathedraal aan de Saint Michel in de benedenstad. In 1850 kwamen er plannen voor afbraak van de versterkingen. Dat ging één van de inwoners te ver, die daarop de 'inspecteur géneral des monuments historiques' Prosper Ménimée te hulp riep. Hij zorgde ervoor dat de plannen voor afbraak van de vesting van tafel gingen. Viollet le Duc, beroemd architect en restaurateur, gaf de oude stad weer aanzien. Tot op de dag van vandaag is Carcassonne een aantrekkelijke stad en heeft ze veel te bieden. Ieder jaar bezoeken zo'n drie miljoen toeristen Carcassonne. De moderne stad heeft een middelgroot vliegveld (Salvaza), waar u eenvoudig en voor een betaalbaar bedrag ook een auto kunt huren. Vliegen is dus een goede optie. Het vliegveld ligt zo'n 35 km van VillaFrance. Zelfs doorvliegen met een kleiner toestel naar het vliegveld van Lézignan-Corbières behoort tot de mogelijkheden (5km van VillaFrance). Er zijn veel gezellige plekjes in de stad, waar u heerlijk kunt eten en drinken. Ook is de oude stad al menige keer door zijn mooie uitstraling trefpunt geweest voor wereldleiders. In Carcassonne zijn belangrijke zaken beslist en op papier gezet. De oude vesting van Carcassonnen staat sinds 1997 op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Over de stad is veel te vertellen. Een tip is het nemen van het toeristentreintje of maak een wandeltocht over de oude muren van de citadel.
Canal du Midi
Ook het met
de hand gegraven Canal du Midi staat sinds 1996 op de al genoemde
Werelderfgoedlijst. Het kanaal werd in het jaar 1666 door baron van Bonrepos
Pierre Paul Riquet (Orb, 1604), een man met geld en goede ideeën en zijn 12.000
manne en 600 vrouwen gegraven. Vijftien jaar later voer het eerste schip door
het kanaal. Het Canal du Midi, dat de Atlantische Oceaan met de Middellandse Zee
verbindt, is 240 kilometer lang, kent zeker 91
sluizen en er werken drie sluiswachters.

Langs het kanaal lopen brede paden en staan door Roquet en zijn medewerkers geplantte plantanen, populieren en parasoldennen. Daar trokken paarden in het verleden de schepen voort door het kanaal. Nu worden deze paden gebruikt om te wandelen of te fietsen.
De Romeinen liepen al met het idee rond om een verbinding te graven in de ‘route des deux mers’. Onderzoek werd verricht door de koningen Frans I en Hendrik IV, maar dat liep op niets uit. Het moest de oplossing zijn om de gevaarlijke zeeroute om Gibraltar (de poort van Hercules) te kunnen mijden. De Seuil de Nauroze, een "pas" op 194 m hoogte, de drempel, vormde een onoverkomelijk obstakel bij de plannen een kanaal te graven ‘tussen de twee zeeën’. Riquet, een vindingrijk man, bedacht de oplossing nadat hij tot in detail de plek had bestudeerd. Hij betaalde zelf een derde van de kosten destijds. Zo’n vijf miljoen pond. Op de Seuil de Naurouze ontsprong de Fontaine de La Grave, waarvan het water zich in twee verschillende beken scheidde zodra het aan de oppervlakte kwam. De ene stroomde naar het westen, de ander naar het oosten. (Nabij die plek had Riquet ook een stad willen bouwen-red.) Men hoefde dus alleen maar deze watertoevoer te laten toenemen om zo op het hoogste punt voldoende water te hebben, zodat het mogelijk zou zijn sluizen op beide hellingen te bouwen, die continu van water konden worden voorzien. Om dit idee uit te voeren maakte Riquet gebruik van de talrijke bergstromen van de Montagne Noire. Riquet slaagde er in het water van de Alzeau, de Vernassonne, de Lampy en de Sor op te vangen en om te leiden via een toevoerkanaal naar het stuwmeer van St-Ferréol, en vervolgens door te leiden naar Naurouze. Halverwege zat Riquet zonder kapitaal en moest hij ook de bruidsschat van zijn twee dochters aanspreken. Met de gezondheid van Riquet ging het ook al niet goed. In 1680 kwam hij te overlijden, een half jaar voor de opening. Riquet was uitgeput. Zijn familie had echter nog wel tot 1897 het zogeheten vruchtgebruik van het kanaal. Daarna ging het Canal du Midi over naar de staat. Om in de hoger gelegen delen van het kanaal voldoende water te garanderen, is tussen Villefranche en Castelnaudary een groot waterreservoir aangelegd. Door het Canal du Midi varen schepen met een maximale lengte van 30 meter, maximale diepgang 1.60m. De opkomst van de spoorwegen en het vergroten van binnenvaartschepen leidden ertoe dat het Canal du Midi minder populair werd. Het met de hand gegraven passeert grote steden als Toulouse, Carcassonne, Narbonne en Sête. Was het vroeger vooral de handel die van het Canal du Midi gebruik maakten. Tegenwoordig is het kanaal voornamelijk in gebruik door de pleziervaart, al dan niet met een gehuurd schip. Die kiezen ervoor om op hun dode slofjes door het water te varen. Het Canal du Midi heeft zeer veel romantische plaatsen, waarbij de mogelijkheid bestaat om de picknicken. Dat kan bijvoorbeeld bij Homps, een klein half uurtje rijden vanaf VillaFrance. De ‘Obélisque de Riquet’, opgericht in 1825 door zijn nazaten, herinnert aan de man die het initiatief nam voor het Canal du Midi. Het staat op een omheinde natuurstenensokkel van ‘stenen uit Nauroze’ tussen het kanaal en de Vol de Naurouze.
Narbonne
Zeven
eeuwen voor christus
beschikte Narbonne, dat toen nog geen
Narbonne heette, al over een zeehaven. De
Keltiberische nederzetting lag ten noorden van de
huidige stad. Narbonne werd in 188 voor
christus gesticht door de
Romeinse senaat: colonia Narbo
Martius. Zij legden de eerste verharde weg aan in
heel Frankrijk. De Romeinen maakten Narbonne tot een
welvarende en florerende havenstad. Het werd later tussen 125-759 de hoofdstad
van de ingerichte provincie Gallia
Narbonensis.

Ook de TGV stopt in Narbonne. Het is een moderne, middelgrote stad met alles erop en eraan.
Omstreeks 400 werd de stad bisschopszetel. Van 462 tot 720 resideerden er Visigotische koningen. Van 720 tot 759 was Narbonne in handen van de Moren. Pippijn de Korte veroverde de stad op hen. Er was ook armoede. Uit de Romeinse tijd zijn ook weinig gebouwen overgebleven. Dat komt vooral omdat in de latere middeleeuwen de gebouwen werden gebruikt als steengroeve. Enkele boerderijen rond Narbonne zijn oorspronkelijk Romeinse villa's geweest. Ook werden in de 100-jarige oorlog veel gebouwen verwoest en brak tot overmaat van ramp in de stad de pest uit. Bovendien slipte de zeebaai dicht met zand en rivierslib. Vandaag de dag is Narbonne een gezellige winkelstad, heeft het een eigen station (slaaptrein uit Den Bosch komt hier aan), vinden we ook in de stad een prachtige in 1272 gebouwde gotische St Just kathedraal. Gaat u zeker even kijken bij de kloostergang. Deze werd gebouwd tussen 1349 en 1417. Zij bestaat uit vier galerijen met grote gewelven. De steunberen zijn versierd met bizarre voorstellingen, die als hemelwaterafvoer dienen. De kerk mag u bij een bezoek niet missen. Achter in de kathedraal kan men informatie over de kathedraal verkrijgen, in het Nederlands.
Vanaf de 14e eeuw raakte Narbonne in verval. De rivier de Aude veranderde in 1320 haar loop.
De stad Narbonne bruist tegenwoordig! Er is veel te doen en als toeristen kun je je best een dagje in Narbonne vermaken. Vanuit Narbonne rijdt u gemakkelijk naar Narbonne-Plage. U kunt zowel door der bergen als daar om heen via Gruissan naar het zandstrand. Bij de laatste rit passeert u enkele binnenmeren waar kan worden gesurft. Narbonne maakte in de 20e eeuw furore met de wijnhandel. De stad is een belangrijke marktplaats. Het heeft keramische, chemische en voedingsmiddelenindustrie en in de nabijheid, in Malvési, staat een verrijkingsinstallatie voor uranium.